Inleiding


Menu InleidingProductieInterne processenPrestatie-indicatoren


Het Waterlandziekenhuis specificeert de eindresultaten aan de hand van cijfers over verschillende onderdelen. Naast de financiële cijfers geeft het jaarverslag inzicht in de cijfers met betrekking tot de productie, de interne processen en de medewerkers.

In 2005 eindigde het Waterlandziekenhuis wederom met een positief resultaat van € 1,259 miljoen (2004; € 1,085 miljoen). Dit resultaat werd gerealiseerd uit de bedrijfsvoering, zonder onttrekkingen uit voorzieningen of reserves. In het jaar 2005 was sprake van een wederom gestegen overheidskorting op het wettelijke budget. Deze bedroeg € 550.166 en zal in 2006 voor de laatste maal toenemen naar ruim € 1,1 miljoen. Daarnaast werd er een voorziening gecreëerd van € 250.000 voor verwachte jubileum uitkeringen.

In 2005 was er voor het eerst sprake van de financiering volgens het DBC model. Ziekenhuizen hebben daardoor te maken met twee financiële systemen; de oude functionele budgettering en het nieuwe DBC model. In de praktijk komt de verhouding tussen beide systemen ongeveer neer op 10% DBC en 90% oude systematiek. Hierdoor ontstond een onvergelijkbare productiewaarde in 2005 ten opzichte van 2004. Om dat verschil te overbruggen heeft de overheid gekozen voor het berekenen van het zogenaamde onderhanden werk. Zowel bij de overgang van 2004 naar het systeem in 2005, alsmede de productie per ultimo 2005, welke in 2006 gefactureerd wordt. In de jaarrekening wordt deze systematiek zichtbaar in zowel de balans als het resultaat. In beide gevallen is uitgegaan van een voorzichtige schatting van de onderliggende waarde.

Belangrijk voor het Waterlandziekenhuis is de doelstelling om het eigen vermogen te versterken tot een solvabiliteitspercentage van 9% (conform norm Waarborgfonds voor de Zorgsector) per ultimo 2008. Deze doelstelling werd in 2003 geformuleerd, terwijl toen sprake was van een solvabiliteit van 5,5%. Door het resultaat van 2005 is de verwachting dat het ziekenhuis uitkomt op 7%; dit dient door het Waarborgfonds nog bevestigd te worden. Hierdoor wordt conform de voorgaande jaren voldaan aan de criteria van het Waarborgfonds, waardoor tegen een lagere rente vreemd vermogen kan worden aangetrokken. De stijging van het percentage is beperkt ten opzichte van 2004 (6,7%) hetgeen met name te verklaren is door de uitgaven inzake nieuwbouw.

In 2004 was nog sprake van een relatief hoog debiteurensaldo; bijna 20 miljoen euro. Dit was ruim 29% van het wettelijke budget. Met de invoering van de DBC systematiek was de verwachting dat dit saldo mogelijk verder zou oplopen. Daarom is in 2005 extra inzet gepleegd op het omlaag krijgen van het debiteurensaldo. Uiteindelijk werd het jaar afgesloten met een saldo van 14,8 miljoen euro. In vergelijking met het wettelijke budget daalde de debiteurenstand naar 20%. Bovendien nam de ouderdom van de vorderingen af; slechts 334.766 euro kent een looptijd van langer dan één jaar. In 2006 zal het beleid tot verlaging van het debiteurensaldo gehandhaafd blijven.